Tien tips om zelf wild te spotten

Ga aan het einde van de avond of in de vroege ochtend op pad. De dieren verlaten dan de rustgebieden om op zoek te gaan naar voedsel.
    
Kijk goed naar wat afwijkt in het landschap. Edelherten en reeën hebben deze tijd van het jaar een roodbruine vacht. Die van wilde zwijnen is juist bijna zwart. Een verrekijker helpt om de omgeving goed te bekijken.
    
Mocht je tijdens een wandeling ineens een ree, hert of zwijn zien, loop dan rustig door. De kans is groot dat de dieren blijven staan.
    
Let op sporen van het wild. Zwijnen ploegen de bodem om op zoek naar voedsel. Herten vegen met hun gewei langs bomen en takken. Poep en pootafdrukken verraden natuurlijk ook de aanwezigheid van dieren in een gebied.
    
Als je weet waar het wild leeft, ga dan eens rustig een half uurtje op de kruising van een pad wachten. Wie weet zie je een dier het pad oversteken. Vaak groeit er ook gras langs de paden. Dat is prima voedsel voor reeën en herten.
    
Verstop je niet achter een boom, maar ga juist rustig voor de boom zitten. Draag onopvallende kleding en je valt bijna niet op.
    
Dieren kunnen heel goed ruiken. Voorkom dus dat de wind jouw geur in de neuzen van de dieren blaast, want dan zijn ze al vertrokken voordat je nog maar een glimp van ze hebt opgevangen.
    
Bezoek een van de vele wildschermen op de Veluwe. Die staan op plekken waar de dieren vaak komen. De kans is groot dat je hier wild zult zien.
    
Ga deze tijd van het jaar op zoek! Die dieren hebben nu een grote behoefte aan voedsel en er is voldoende te eten voor ze. Vanaf augustus neemt de zichtbaarheid van het wild weer af.