Tips voor het juist instellen van de camera voor het fotograferen van vogels.

Tip 1. Gebruik de juiste voorkeuzestand

automatische stand (AUTO bij zowel Canon als Nikon)
sluitertijdstand (Tv bij Canon en S bij Nikon)
diafragmastand (Av bij Canon en A bij Nikon)
M stand (bij Canon en Nikon is deze benaming gelijk aan elkaar).
Vliegende vogels fotograferen? Dan werken in de sluitertijdstand.
Hierdoor heb je controle over de snelheid waarmee een foto vastgelegd wordt waardoor je de vogel in het beeld kan bevriezen.

Tip 2. Gebruik de juiste sluitertijd
Welke sluitertijd je het beste kan gebruiken bij het vastleggen van vogels is afhankelijk van het moment.
Zit een vogel stil en heb je weinig licht? Dan kan je best een sluitertijd van 1/250e gebruiken.
Wil je echter een vogel in vlucht vastleggen? Dan zit je eerder op een sluitertijd van 1/500e of 1/1000e.
Wil je echt actie vastleggen? Gebruik dan een sluitertijd van minimaal 1/1600e.

Tip 3. Gebruik het juiste diafragma
Om een vogel vast te leggen met een onscherpe achtergrond heb je een groot diafragma nodig.
Denk bijvoorbeeld aan een diafragma van f/2.8 of f/4.
Het nadeel van een groot diafragma, zoals f/2.8, is alleen dat je soms net niet beide ogen van de vogel scherp op de foto krijgt.
Om deze reden kan je bij het maken van portretten het diafragma net iets opkrikken naar bijvoorbeeld f/4.
Wil je een vogel in actie vastleggen?
Dan gebruik ik zelf meestal een diafragma van f/5.6 of f/7.1.

Tip 4. Stel de autofocus goed in
De autofocus van je camera heeft diverse standen.
Zo kan je ervoor kiezen om eenmalig scherp te stellen (AF-S bij Nikon / One shot bij Canon) of je kan ervoor kiezen om continue scherp te stellen (AF-C bij Nikon / AI servo bij Canon).
Deze laatste, continue scherpstelling, is hetgeen dat je bij het fotograferen van vogels moet gebruiken.
Vogels zitten namelijk niet stil en je wilt dan ook dat je camera constant scherp blijft stellen, ongeacht wat het onderwerp doet.

Tip 5. Zet je camera op extra snel
Bij het fotograferen van vogels is het van belang dat je camera zo snel mogelijk is, en dus zoveel mogelijk beelden achter elkaar kan maken.
Vogels bewegen namelijk super snel en daarom telt ieder moment.
Zet daarom je camera in de sportstand (continu stand) te zetten.
Bij Canon spiegelreflexcamera’s kan je dit instellen bij ‘Drive’.
Bij Nikon spiegelreflexcamera’s heet deze instelling ‘Ch’ dat staat voor ‘Continue High Speed’.
Heb je dit eenmaal ingesteld, en hou je de sluiterknop ingedrukt? Dan blijft de camera foto’s maken totdat de buffer of het geheugenkaartje vol zit.

Tip 6. Gebruik de juiste ISO waarden
Door de ISO waarden aan te passen in je camera kan je de hoeveelheid licht dat op je sensor valt controleren.
Des te hoger de ISO waarden, des te meer licht er binnen kan komen en des te hogere sluitertijden je kan gebruiken.
Een hogere ISO waarde heeft alleen als nadeel dat je meer ruis (korrels) in je foto krijgt.
Zelf heb ik bij het fotograferen van vogels mijn ISO waarden altijd op automatisch staan.
Op deze manier zorgt de camera er zelf voor dat de juiste ISO waarden ingesteld worden om te voldoen aan de sluitertijd en het diafragma van de lens.
En hiermee zorg je er dus voor dat je foto niet onder- of overbelicht is.